Ductiele materialen hebben een hoge taaiheid. Het tegenovergestelde van taaie materialen zijn broze materialen. Dit zijn materialen die dadelijk breken bij het bereiken van de maximale treksterkte. Bij broze materialen spreekt men over niet ductiele materialen.

Afgebeeld kan men materialen zien die van links naar rechts overgaan van bros naar taai, van niet ductiel tot ductiel materiaal. Ketting (a) breekt zonder enige vervorming. Ketting (b) breekt bij zeer weinig vervorming. Beide kettingen zijn in wezen laag vervormbaar. Ketting (c) daarentegen heeft een hoge ductiliteit en zal vervormen voor het gaat breken.

De maatstaf binnen de industrie is dat hef- en hijscomponenten een minimale vervormbaarheid van 20% moeten bezitten. Dit percentage zorgt ervoor dat de vervorming steeds duidelijk kan worden opgemerkt en zorgt zo voor meer veiligheid. 

Een “veilige” hijsketting of haak zal dus eerst een visuele vervorming vertonen vooraleer te breken. Dit zorgt ervoor dat tijdig kan worden ingegrepen vooraleer er tragische ongevallen gebeuren. Belangrijk is ook dat er steeds een visuele controle wordt uitgevoerd van het hef- en hijsmateriaal vooraleer dit in gebruik wordt genomen. Hef- en hijsmaterialen die zwaarder belast geweest zijn dan hun maximale treksterkte gaan door hun ductiele eigenschappen uitrekken en vervormen. Echter zal de vervorming die is opgetreden, niet verdwijnen wanneer men de spanning zal wegnemen. Bij het opmerken van vervorming moet men dan ook onmiddellijk dit materiaal uit dienst nemen.